Begrooting van de tekorten voor de bouw van het Observatorium

[pagina 1]

 

2e bureau

N° 4516

Werken ter opbouwing van het observatorium

 

Brussel, den 16 september 1828

Wij hebben bij deze de eer u hoog ed[el] gest[elde] missive van den 9en den lopende maand K2s 0559 te beantwoorden.

Het plan van het observatorium zou als het nu ten uitvoer gebragt wordt is door onze stedelijken bouwmeester opgemaakt geworden is niet een werk van onze ad[ministra]tie. De regeringsraad heeft weliswaar ter bekostiging van het zelve eene som van f. 10.000 gestemt maar nooit is er van wegs onze administratie eene begrooting ingediend geweest welke de kosten ter opbouwing van het observatorium maar op f. 20.000 zoude hebben bepaald.

Aanvankelijk is het daarstellen van dat gebouw in het jaar 1818 of 1819 aan het gouvernement door de heer astronoom QUETELET voorgedragen geweest ten zelve gelegenheid waar van hem door het ministerie van Binnenlandsche Zaken een plan en begrooting van kosten werdt aangevraagd voor zoo veel het in ons geheugen is waren deze op de som van f. 30.000 gebragt maar het ministerie heeft er geen gevolg willen aan geven.

In 1824 of 1825 werdt door gezegde heer een ander plan en begrooting aangeboden waar van de kosten op f. 20.000 kwamen te staan en het is ten volge van dit bestek door heeren WALTER en QUETELET vervaardigd dat het gouvernement met de stad in onderhandeling getreden is en besloten werdt dat gemelde som voor de helft uit stads fondsen zou betaald worden.

In 1826 wordt de stedelijk bouwmeester werden de heere WALTER

 

Aan den heer Staatsraad Gouverneur van Zuid Braband

 

[pagina 2]

 

belast om zich nopens het oprigten van het abservatorium met de heer QUETELET te verstaan; en QUETELET belast met het vervaardigen van een plan en een bestek voor het observatorium is men bevool hen zich met stadsbouwmeester dot op en te verstaan maar wat was Zijne verwondering toen hij ontwaarde dat het plan van deze heer QUETELET ten onderwerp hadde het daar stellen eener facade van woonhuis zamengesteld ter rezde  chaussée uit dezer en twee vensters en ter verdiepingen drie vensters.

Er werdt aan den heer QUETELET in bemerking gegeven dat zulk een gebouw misschien niet voegzaam tot observatorium zover kunnen dienen dat men bevorens het plan daar toe te arresteren verscheide vreemde astronomen behoorde te raadplegen men schreef dan naar Engeland, Duitschland, Frankrijk enz. en na eenige plannen voorlichtingen, enz. bekomen te hebben werdt eerst overgegaan tot de opmaking van het plan welk in 1827 aan Zijne Majesteit door de heeren WALTER en QUETELT is aangeboden geworden en door hoogestelde gezegd goedgekeurd

Doch alzoo de kosten van uitvoering dezer plan op f. 67.000 waren berekend en men niet dan f. 20.000 ter beschikking hadde, vervaardigde men eene begrooting voor het maken van het observatorium eigenlijk gezegd waar van de werken bij openbare aanbesteding voor de som van f. 8.400 ondernomen werden terwijl men de werken betrekkelijk de woonst van den astronome en de plaats waar de lessen zouden moeten gegeven worden in de wertuigen geplaatst gebergt heeft laten uitvoeren. Volgens een borderel van prijzen ter concurrentie van f. 20.000 in uit de correspondentie met den heer WALTER en QUETELET mij klaarlijk de nood kunnen bewijzen dat het ministerie zelfs zoo wist dat de stad zich maar voor tienduizend guldens verbonden kon.

Wat nu aanbetreft den op ons verstalkten last om de werken met den meest mogelijken spoed ten einde te voeren, zullen

 

[pagina 3]

 

wij zoo vrijmoedig zijn hier te dien opmerken dat ons die uitnodiging zonder niet is gedaan geweest wijl wij de fonderings werken met alle wenschelijke snelheid hebben doen uitvoeren maar zoo toen wij ter hoogte van de platte forme gekomen waren de heer QUETELET omdernam eene reis naar Engeland en teruggekomen zijne verrigtte men eenige veranderingen welke het moeyelijk zou geweest zijn uittevoeren indien het observatorium ware voltooyd geweest.

Tot hier toe hebben wij even als den heer QUETELET niet dan al tastende kunnen te werk gaan namelijk ten aanzien van het maken der coulissen zulks geeft geen wonder het onderwerp is nieuw voor ons en mogelijk kunnen wij door ervaren atronomen worden voorgelicht om het lokaal voor na deszelfs bestemming volkomen te schikken. Wij kunnen dien aangaande niet te voorzichtig handelen indien wij later alle bedellingen willen voorkomen en onze verantwoordelijkheid dekken.

Er blijven nog vele dingen uittevoeren welke door de heer QUETELET niet stellig kunnen bepaald worden maar het gebouw voor het observatorium is voltooyd doch schijnt het ons toe dat men er veel bij waagen zou van er dadelijk de instrumenten in te plaatsen uit hoofde de muren nog lang zullen vogtig zijn.

Overigens de kosten van het observatorium met alle deszelfs aankleven volgens ons plannen op orde van het gouvernement door dat heeren WalteR en QUETELET bevolen en door den stadsbouwmeester op hun verzoek van de heeren WALTER en QUETELET gemaakt kunnen berekend worden als volgt, te weten:

 

[pagina 4]

 

voor het observatorium eigenlijk gezegd de betaalde som van f. 8.400 voor de woonst van den professor en het massief voor het observatorium van open horizon 25.000 totaal 33.400

wij hebben ter onzer beschikking gehad 20.000

dificit 13.400

Voor de bewaarplaats der instrumenten het lokaal voor het geven der lessen het 2e massief voor het observeren van de horizon enz. 25.000 voor onvo

orzien uitgaven 16.000

Totaal der nog benoodigde som f. 40.000

Wij hopen hier mede aan u hoog ed[el] gest[elde] verlangen te zullen voldaan hebben en ons op derzelver welwillende bezorgdheid voor de uitbreiding der kunsten en wetenschappen betrouwende denken wij te mogen staat malen dat opgemelde som van f. 40.000 als nog door het gouvernement ter onze beschikking zal gesteld worden om het in constructie zijnde observatorium en deszelfs onontbeerlijk aankleven te kunnen voltooyen.

Voor het overige hebben wij de eer u Hooged[el] gest[elde] aan onze vorige voorgaande missive te herinneren.

 

Burgemeester en schepenen

Date: 
Mardi, 16 septembre, 1828 - 00:00
Écrit par: 
Louis de Wellens, burgemeester van Brussel
Adressé à: 
Hyacinthe van der Fosse, Staatsraadgouverneur van Zuid-Braband
Image: